MotorDrop
Menu
 Home
 Bestel MotorDrop
 Hoe maak je MotorDrop
 MotorDropDealers
 Sponsor MotorDrop
 

 Motordrop
 Lohuizerveenweg 11
 8162 NG Epe

 T: 0578 560055
 F: 0578 575792
 E: info@motordrop.nl


Drop, raadselachtig woord...

Een raadsel is waar het woord "drop" vandaan komt. En probeer maar
eens een goede vertaling te vinden in bijvoorbeeld het Frans, Duits of
Engels.Ja, in Duitsland hebben ze het over "Lakritzen", in Engeland over
"liquorice", in Italië over "liquiritia" en in Frankrijk over "réglisse".
Maar weten we eigenlijk wel waar ze het over hebben? Niet over drop in ieder geval, want de snoepjes die bijvoorbeeld met liquorice worden aangeduid, lijken in de verste verte niet op drop. Net zo min als het
woord dus. Wie dat vreemde goedje hier in Nederland voor het eerst
"drop" is gaan noemen. Niemand weet het.

Rare buitenlanders

Mocht je ooit een Russisch meisje te logeren hebben of een Japanse
jongen, dan is het geinig eens te kijken wat een dropje voor uitwerking
op je logé zal hebben. Is je gast beleefd, dan zal hij er mee in zijn mond
blijven zitten, pijnlijk kijkend, zijn tong brandend aan de zoute smaak.
Heeft hij of zij wat minder manieren dan wordt er een sprint getrokken
naar de vuilnisbak om het dropje te kunnen lozen.

Of zijn wij soms gek? Vraag het mijn vriend Joris. "Helemaal niet," zal hij
zeggen, "gewoon Nederlands". Er wordt beweerd dat wij zo gek zijn op
drop omdat ons land aan de kust ligt. Daarom zouden we ook van allerlei andere zoutachtige dingen houden (haring!). Misschien is het waar.
In Scandinavië wordt tenslotte ook nogal fanatiek drop gegeten en ook
daar zijn ze op de zee gericht. Als je een denkbeeldige lijn trekt van
Oostende over Maastricht naar Berlijn, kun je rustig zeggen dat daarboven
drop wordt gegeten tot aan de Noordpool toe. Merkwaardig is overigens
dat de grondstoffen voor drop juist uit landen ònder die lijn komen en dat
de belangrijkste grondstof voor onze drop de zoethoutwortel is.

Inmiddels begint de waardering voor ons zwarte goedje langzaam maar
zeker in het buitenland wat toe te nemen. Hollandse emigranten lieten en
laten hun achtergebleven familieleden kilo's nasturen. Op die manier is het
buitenland in aanraking gekomen met drop. Onze drop wordt tegenwoordig
geëxporteerd naar België, Canada, Denemarken, Duitsland, Engeland,
Finland, Frankrijk, Ierland, Indonesië, Italië, Japan, Luxemburg, Nederlandse
Antillen, Noorwegen, Spanje, Thailand, de Verenigde Staten, IJsland, Zuid-
Afrika, Zweden en Zwitserland. Maar het blijft verstandig om op reis een
zakje mee te nemen.

Wat is drop

Van zoethout naar zoute drop

De basis van drop is de wortel van de zoethoutstruik. Zoethout is al
eeuwen lang bekend. Niet omdat het zo lekker werd gevonden, maar
vanwege de geneeskrachtige werking ervan. In het graf van Toetanchamon
(1358 v. Chr.) werd bijvoorbeeld zoethout gevonden en in het
Babylonische-Assyrische spijkerschrift (650 voor Chr.) wordt zoethout genoemd als geneesmiddel tegen hoest en infecties. De oudste publicatie
in het Nederlands over zoethout is te vinden in de middeleeuwse "natuurencyclopedie" van Jacob van Maerlant "Der Naturen Bloeme" (13e
eeuw). Er staat dat zoethout aanbevolen wordt als middel tegen hoest
en aandoeningen van de luchtwegen in het algemeen.

In drop verwerkt zorgt zoethout voor de speciale dropsmaak. Om preciezer
te zijn: de dropsmaak wordt veroorzaakt door een bepaalde stof in het
zoethout - namelijk glycyrrhizine - die vijftig keer zoeter is dan kristalsuiker.
De geur- en smaakstoffen die in zoethout zitten zijn dezelfde die in venkel
en anijs voorkomen. Let er maar eens op bij je eerstvolgende smaaktest
(nu meteen bijvoorbeeld even tussendoor...)

Arabische gom

Arabische gom is een soort hars die afkomstig is van de Acaciabomen uit
Soedan en de stroomgebieden van de Nijl en uit Senegal. Arabische gom
maakt drop zo typisch "gommig". Tijdens de oliecrisis in 1973 ontstond er
een enorme schaarste aan Arabische gom. Daarom is de industrie in
Nederland toen als een razende gaan zoeken naar iets dat als vervanging
voor die gom zou kunnen dienen. Men ontdekte dat dat gommige ook kan
worden verkregen door gemodificeerd zetmeel. Dat wordt tegenwoordig
veel gebruikt omdat het aan de smaak niets afdoet en (ook na de oliecrisis)
veel goedkoper is dan Arabische gom.

Andere ingrediënten

Suiker. Zo'n dertig tot zestig procent van het gewicht van een dropje.

Zout. Meestal salmiak, dat minder bloeddrukverhogend werkt dan het
gewone keukenzout.

Kleurstof. Van nature is drop bruinig en wat doorzichtig. Met behulp van
koolstof (een soort norit) of bijvoorbeeld caramel wordt drop donkerder
gekleurd. Die kleurstoffen zijn geheel schadeloos voor de gezondheid.

Geur- en smaakstoffen. Er worden ook andere geuren en smaakstoffen
toegevoegd aan drop, bijvoorbeeld laurier, menthol, anijs, eucalyptus en
honing. De geur- en smaakstoffen die aan drop worden toegevoegd, kunnen
worden verdeeld in natuurlijk, natuuridentiek en kunstmatige stoffen. De
natuurlijke stoffen zijn stoffen die in de natuur vookomen, dus bijvoorbeeld
eucalyptus.

Natuuridentieke stoffen zijn stoffen die in een fabriek worden gemaakt, maar
die wat betreft hun samenstelling precies gelijk zijn aan de natuurlijke
stoffen. Kunstmatige stoffen worden ook in de fabriek gemaakt, maar in dit
geval is de samenstelling anders dan die van natuurlijke stoffen. Binnen de
EU gelden er bepaalde regels voor het gebruik van kleur-, geur- en
smaakstoffen. Als een stof is goedgekeurd voor gebruik, krijgt hij een
zogenaamd E-nummer. Dat nummer is dan te vinden op de verpakking van
de drop.

Hoe wordt drop gemaakt

De zoethoutwortelstruik groeit in subtropische streken. In Spanje, Italië,
Griekenland, Turkije, Iran, Irak, de Kaukasus, Syrië en China. Het best
groeien de planten langs een vochtige rivierbedding. Pas na vier jaar
kunnen de wortels van een struik worden geoogst. Het oogsten gebeurt in
oktober. De struik heeft dan al haar bladeren verloren en groeit niet meer
verder tot de regenperiode in april van het volgende jaar. Dat oogsten is
niet gemakkelijk want de wortels zitten soms wel vier meter in de grond.
Ze worden heel voorzichtig opgegraven en er wordt altijd voor gezorgd
dat er genoeg wortels aan de struik blijven zitten, zodat de struik gezond
blijft en er de volgende jaren weer wortels geoogst kunnen worden. Als de
wortels zijn opgegraven en ontward, leggen de boeren ze een paar dagen
te drogen in de zon. Als ze dat niet zouden doen, gaan de wortels
schimmelen. Gedroogd blijven de wortels een paar jaar goed. Daarna
verkopen de boeren de wortels aan de fabriek. Daar worden de wortels in
stukken gesneden en van vuil ontdaan. Vervolgens worden ze weer
gedroogd gerafeld en met water tot pulp gemaakt. De pulp wordt gefilterd
en ingedikt. Dat ingedikte extract wordt in grote blokken gegoten, de
"blokdrop".

Blokdrop op reis

Is er eenmaal blokdrop gevormd, dan kunnen de fabrikanten gaan
exporteren, bijvoorbeeld naar Nederland. De blokdrop vormt het
belangrijkste bestanddeel voor onze dropjes. Italiaanse boeren leggen
tussen de stukken blokdrop dikwijls laurierbladen. Dat doen ze zodat de
stukken niet aan elkaar plakken en omdat aroma een lekkere smaak en
geur aan de blokdrop toevoegt. Laurierdrop is dus niet, zoals je zou denken
van drop gemaakt van de laurierplant, maar bijna van pure blokdrop.

Veruit het grootste gedeelte van de blokdrop gaat naar de Verenigde
Staten. Niet om er drop van te maken, maar voor de tabaksindustrie die er
sigaretten mee "saust". Een ander deel van de blokdrop wordt gebruikt
voor de farmaceutische industrie om bittere pillen zoeter te maken en een
klein gedeelte om hoestdrankjes van te maken die een slijmoplossende
werking hebben.

Goed, de blokdrop is in een grote vrachtwagen in de dropfabriek
aangekomen. De blokdrop moet voordat hij voor de productie van drop kan
worden gebruikt eerst worden opgelost in water. Dat gebeurt in de fabriek.

Drop ingrediënten

Intussen zijn ook de andere ingrediënten aangevoerd: silo's vol suiker,
gelatine, glucosestroop, honing, zetmeel, salmiak. Als ze bij de fabriek
aankomen worden ze eerst gecontroleerd. Het mag natuurlijk niet gebeuren
dat er per ongeluk een verkeerd ingrediënt in de drop terecht komt, of een
stof die bijvoorbeeld niet goed meer is. Daarna gaan water, suiker, zetmeel
en gelatine in een grote ketel. De blokdrop dus nog niet. De stoffen worden
gemengd en vervolgens in ongeveer 5 seconden verwarmd tot 135° C.
Het zetmeel wordt onder deze omstandigheden stijf en wanneer later in het
proces de drop met dat stijve zetmeel afkoelt, krijgt het daardoor zijn zachte
stevigheid. Ook de suiker beïnvloedt de hardheid van drop. De gekookte
massa wordt via een heel dunne buis naar een vacuümtank gepompt.
Daar koelt de massa vlug af en de stroom wordt afgevoerd.

De "gekookte drop" is nu een kleverige massa die ze in de fabriek het
"deeg" noemen. Logisch eigenlijk, het heeft wel wat van koekjesdeeg.
Nu het deeg niet meer zo heet is, kunnen de overige ingrediënten erbij: de
blokdrop (die inmiddels is opgelost), de salmiak voor de zoute smaak en
eventueel een kleurstof om de drop zwarter of bruiner te kleuren,
bijvoorbeeld caramel.

Nu kunnen ook de overige smaakstoffen worden toegevoegd, dus
bijvoorbeeld anijsolie, honing, menthol en eucalyptus. Hoeveel er van
iedere stof in het deeg terecht moet komen, dat wordt geregeld door een
computer die geprogrammeerd is met het recept van de drop. Een dropje
hoeft maar zo'n drie procent blokdrop te bevatten om een goede
dropsmaak te krijgen.

De gietmachine

Als het deeg helemaal klaar is, wordt het weer gecontroleerd. Is het wel
lekker geworden? Is de kneedbaarheid goed? Is het niet te vochtig of te
droog? Als alles in orde is, wordt de massa door buizen naar de gietmachine
gepompt. Daar worden via heel kleine buisjes steeds malletjes in de vorm
van bijvoorbeeld boerderijfiguurtjes, muntjes of iets anders volgespoten.
Die malletjs zijn eigenlijk niets anders dan kuiltjes van een bepaalde vorm
in een laag zetmeel. Als een hele bak met malletjes is volgespoten wordt
die bak in een droogruimte gezet. Daar blijven de bakken bij een
temperatuur van 65º C ongeveer één à twee dagen staan.
Vervolgens worden de bakken in een machine gekanteld, waardoor de
dropjes die inmiddels stijf zijn geworden van het meel worden gescheiden.
Het meel wordt nog verder gedroogd en daarna opnieuw gebruikt.
Op zo'n manier is het hele proces een stuk goedkoper dan vroeger toen er
kostbare mallen van ijzer werden gemaakt. Bovendien is het betrekkelijk
eenvoudig om steeds weer nieuwe dropvormen te maken. Alles wat je
daarvoor nodig hebt zijn nieuwe gipsen voorbeeldjes die in het meel
gedrukt kunnen worden.

De dropjes zijn nu al wat harder geworden. Ze worden schoongeblazen in
een tunnel waar het koel is namelijk zo'n 5º C, want er zit nog meelpoeder
op. Daarna worden de dropjes geglansd: ze worden door weer een andere
tunnel gestuurd, die een natuurlijk mengsel van olie en bijenwas bevat.
En als ze uit die tunnel komen, o jongens, dan zien ze er ineens zo
ontzettend echt en glanzend en lekker uit dat het moeilijk is je in te houden.

Inpakken

Maar helemaal klaar zijn ze nog niet. Ze moeten namelijk nog iets harder
worden. Daarom worden ze bij een temperatuur van 18º C weer één à twee
dagen weggezet.

Na die twee dagen moeten de dropjes worden ingepakt. En dat is een
behoorlijke klus. Sommige gaan in een zakje, andere worden in een silo
verpakt. Het inpakken van al die verschillende dropjes in al die verschillende
verpakkingen is een heel werk. Er zijn ongeveer net zoveel mensen mee
bezig als met het produceren van het dropje zelf. Afhankelijk van de
dropsoort, duurt het zo'n vier tot twaalf dagen voordat een dropje gemaakt
is en klaar om uit de fabriek naar de winkel te worden vervoerd.

De kwaliteit van een dropje

In de fabriek is een afdeling kwaliteitsdienst, die zich uitsluitend bezighoudt
met de controle van de dropjes. Vooraf worden de grondstoffen
gecontroleerd. Op bepaalde punten in het productieproces wordt de drop
gecontroleerd en bij het vullen van de zakjes wordt het juiste gewicht
gecontroleerd. Bovendien doen de mensen van de kwaliteitsdienst ook
steeds steekproeven. Dat wil zeggen dat ze op willekeurige punten in de
fabriek de drop bekijken, onderzoeken en beoordelen. Mocht er iets niet in
orde zijn, dan kan zo'n controleur het hele productieproces stil zetten.

Wat smaakt beter langerekt of vierkant

Dropfabrikanten noemen dat "smaakbeleving". Juist doordat al die dingen
zo'n belangrijke rol spelen, kunnen dropfabrikanten eindeloos variëren en
combineren en steeds nieuwe dropjes bedenken. Het is natuurlijk een hele
klus om te bedenken welke smaken op een bepaald moment waarschijnlijk
populair zullen worden. In Nederland lijkt het wel alsof onze
gemeenschappelijke smaak voor drop steeds zoeter wordt. Maar
tegelijkertijd zijn er ook steeds meer mensen die vallen voor dropjes die
je als het ware een klap in je gezicht geven van de zoutigheid.
Daarmee worden wij steeds onbegrijperlijker voor bijvoorbeeld Fransen of
Chinezen.

Dorst? Neem een dropje...

Drop is niet alleen lekker, het is ook prettig bij bepaalde kwaaltjes, zoals
keelpijn en hoest. Napoleon gaf zijn manschappen drop tegen de dorst.
Sommige mensen geloven dat drop maagpijn kan verminderen, maar
bewezen is dat nooit.

Drop in getallen

Op meer dan 80.000 verkooppunten kun je in Nederland drop kopen.
Niet alleen op de markt, bij drogisterijen en apotheken, supermarkten en
warenhuizen, maar ook bij benzinestations, tabakszaken, snackbars, café's,
kantines, bioscopen en bij speciale drop shops. En dat kopen gebeurt dan
ook volop: 31 miljoen kilo drop wordt er door Nederlanders jaarlijks
geconsumeerd en daar betalen we 139 miljoen euro voor.

Drop neemt onder de "suikerwerk top zes" (waaronder ook kauwgum,
pepermunt, keelpastilles en andere snoepjes vallen) zo'n 26% in beslag.
Drop is een miljoenenaangelegenheid.

Kom laten we er nog eentje nemen.